Angélique kersten  | Arnhems Blond

Foto's Angélique Kersten & Geert van der Wijk


D o o d s p o o r


Ik dood mijn spoor
zoals jij met je ogen
doorkruist wat me lief is

Vertel me
lucht het op
wanneer je smaakvol bent

raak schijnt te schieten
met borst vooruit
schouderklopjes geeft

zucht van voldoening
je mond doodt
aan mijn geweten?
 

 


E x c e s s i e f



de wereld schuift een paneel voor mijn raam
buiten buigen kale bomen het geeft een naam
aan mijn bestaan

wolken zijn grijs gevuld, als mijn gedachten
die niet kunnen wachten te worden onthuld
in kwade nachten

het hoe en waarom laat zich niet meer raden
aan jou vragen kan al lang niet meer
het blijven daden zonder woorden

en het doet verdomde zeer.

 

 

 


z o e t g e u r e n d e   g a r a n t i e



lippen die een stilleven zwijgen
ogen de garantie voorspellen
van zoetgeurende, onvergetelijke
ogenblikken die zullen vertellen

dat mijn radar schreeuwt
de hunker naar iets vluchtigs
ik kan beter fluisteren
alles onverstaanbaar luchtig

het licht onder mijn voeten
het weeë in mijn buik
daden zullen boeten
voor dat wat ik gebruik


 

 


L e e f b a a r



in de stilte beroer
ik zacht je lichaam

ween onder de lakens
alles voelt zo beschermd

het vertier huist in je ogen
je likt met gulzigheid mijn bestaan

pelt me af tot op het randje
flinterdun neem jij ruim baan

geef me dat wat ik zondig heb
het zijn de momenten die beleven

ook al wijken wij af van de rest
het zijn jouw stappen die mij leven.

 

 


D e   n i e u w e   d a g


Je krast jouw onrust uit je ziel
bloedverwanten van je verdriet
een samenspel van muziek en drama
een uiting van eentonige symfonie.

Het snijdt mij ook, dezelfde pijn
als toen in een andere tijd
de drang naar liefhebben en meer
van die soapachtige dingen.

Jij moet je eigen fouten maken
leren van mijn woorden en troost
kijk niet op naar morgen de nieuwe
dag brengt ook een stuk verleden.

En dat wat je het liefst weer vergeet
dringt zich altijd weer aan je op
zoals het elke week weer maandag wordt
en je hoofd nog in het weekend hangt.


De lucht is grijs noch donker
het is maar wat je wilt zien
probeer het eens, de andere kleur
misschien dat het wat brengt...

 

 


G e c o n d o l e e r d


Hoe plots een dag kan omslaan
van zonnig naar koud en donker
alsof de tijd stil gaat staan
een klok, zoals zijn hart, niet meer tikt.

Met welk verdriet er moet worden geleefd
onvoorstelbaar groot en intens gemis
gewoon niet te geloven dat je man
en jullie vader er niet meer is.

Wat kan een mens aanreiken?
Een hand, een kus op zoveel verdriet
woorden kunnen soms meer bereiken
maar misschien is dit het moment nog niet.

 

 


C i t r o ë n    D S 1 9
 

 

In '55 werd een nieuwe auto
gepubliceerd in de salon
de futuristische vormgeving
sloeg in als een bom.

Hydropneumatische vering
dat was toch fenomenaal
panoramische voorruit en
natuurlijk voorwielaandrijving.

Op de eerste dag verkocht men
12.000 orders in een record
dat werd nooit meer geëvenaard,
door deze aparte techniek
en uitzonderlijk comfort.

 

 



V e e l b e l o v e n d



De wind plukt mijn wensen mee
van de dag maar ook gisteren
die niet uitkwamen geef ik hoop
een vleugje kleur van herfst.

Mijn zinnen verpakt in menig vers
dat schimmelt onder denkbaar nat
fobie geprikkeld door hoongelach
blijkt storm in een glas water.

Komende nacht zal ik niet waken
voor wat normaal angst inboezemt
met het oog op een beter later
sluit ik mijn ogen zonder weerstand.

 

 


D u i z e l r o n d j e s
 

 

Een deel in mij zegt alles al te weten
voorbestemd gevoel draait duizelronden
wat moet ik met woorden die niets zeggen
en vertellingen met een open eind?
Ik wil je er dolgraag bij betrekken,
maar angst voert hier de boventoon
het uitzicht lijkt enorm beperkt
bewegingen vertraagd en sloom.


 

 


M o n r o e n i g h t s


Ik zou van alles kunnen zijn
verpakt in doorzichtig folie
in een hebberige nacht
de mogelijkheid tot ontleden.

Je zou me alles toebedelen
als je het maar zou willen
en ik, de ruwe diamant uitbeelden
waar jij je lippen om heen vouwt,

zou glimmen en naar oesters smaken.
Ik zou mijn handelen verfijnen
mijn mond krullen als Monroe
in de hoop dat je zou begrijpen:

iemand liefhebben doe je zo!

 

 


V o l m o n d i g


ik behoor toe aan je glimlach
jouw ondeugende mond
waarin mijn woorden gulzig verdwijnen
en jij hebberig vraagt om een snufje meer

lik dan mijn taal, verzoek om genot
ik ben de eeuwige zondaar
zonsondergang ligt aan mijn lippen
zeeziek is een waanbeeld

 

 


H e r f s t t i j


seizoen waait van de boom
een zoveelste bladherinnering
stam blijft groen in het grijze
wat nog staat te gebeuren
kleurt schraal daglicht
nog wat bij

storm ligt in de dakgoot
ongezien nog een beetje nazomeren
verteren zo net op de rand
het kruid is gewied, een haag gesnoeid
de avond fluistert vroeg donker
mijn tuin dekt zich toe


 

 


L e v e n s b o o m

                    nav bezoek aan:
                    Holocaustmonument van Imre Varga 'levensboom'
                    Joodse Synagoge Boedapest



spreek niet de taal van hun namen
maar voel de trilling in de wind
angstig schreeuwen uit het getto
treurt verleden in een boom
velen waren nog maar een kind
ondenkbare massamoord
nog altijd voelbaar de pijn
een kiezel laat ik achter
zodat ze weten dat wij er zijn

 

 


 

K a n t k l o s s e n
 


de stralen van mijn lach
beloven misschien de voorspelling
van de nacht die volgt

doch ik breek ook wetten
en tussen kant klos ik zinnen
geef me niet zó snel gewonnen

spreek met muziek in je mond,
je ogen, jouw handen als de
snaar van een viool

dan wil ik nog wel eens janken
want tegen zoveel blabla
ben ik niet opgewassen

 

 


A f z o e t e n
 


 

En als je dan bedenkt
dat wij nog kinderen waren
onwetend en hebberig
naar de toekomst
die fel afstak tegen
het saaie alledaags

wij zouden het anders doen
maar een halve eeuw later
zijn we geen stap verder
dan onze ouders waren
en opgebouwde schijn
verlangt terug naar 'n verleden

 

 


W a t e r s p i e g e l v l a k t e n
 


 

Woorden condenseren
op waterspiegelvlakten
en versuikeren het
gebied tussen borst en been

naakt vereenzaamt
wanneer krachten niet
bundelen tot die
ene speciale nacht

en het ochtendlicht
hartbrekend is
tot buiten zinnen
gekomen
 

 


M e l k w e g
 


 

De naam maakt duizelig
zijn het woorden die prikken
of keer ik mijn stekels?

Een nacht schrijft
sterren in de lucht
ik droom maar wat
en melk wordt weg.

Mijn geest een heelal
om in te wonen
beneden peil
verdrink ik ook.

'Tot later,'
zeg ik dan
als jouw grijns
uiteindelijk verdwijnt

 


N e v e l s l u i e r
 


 

rondingen
niets dan huid
en parels

er glimmen
glinsters rond
jouw beminnelijke mond

ben ik in bloei
waant taille slanker
ranke vingers
vlinderen langsheen

ogen verblinden
bij zoveel roze
ritmische zweem
in gewillige pose

 

 


H e e l   e v e n   m a a r


mijn gedachten
verwaaien
samen met zand

ik ben nog nooit zo
meervoudig geweest

wanneer ik ween
raakt hoofd verstopt
klonten kleien
hun eigen verhaal

en ik zinspeel
met de gedachten

heel even maar

 

 


B o (o) m   v a n   e e n   v e n t


je bent een stap te ver voor mij
een hoge boom met teveel wind
aan nestjes ontbreekt het je niet
takken buigen onder dit gewicht
en kleuren jouw herfst erotisch
wil ik me kerven
in je strakke stam,
of hol jij me dan uit
tot brandhout?

 

 


L a c h ,   h u i l,  s c h r e e u w   &   z o e n
 


 

waar word ik echt gelukkig van
van woorden in zacht gefluister
of aanrakingen heel subtiel
ik zou niet kunnen kiezen
bang om het ander te verliezen
ik leef op doorzetten
en kiezen op mekaar
van samen lachen, huilen
en schreeuwen tegen elkaar
alles nog eens dunnetjes overdoen
gevolgd door een vetgedrukte smakzoen
van je grijns kan ik bij wijze van leven
in geschreven zinnen sta ik even stil
wat los of samenhangt
geluk is alles willen geven
zonder dat je er wat voor terug verlangt

 

 


~|~


 

angst blijft

twijfels

die raken

ogen breken

blikken steken

tussen waar

en heid


 

 


 

O v e r   m i j


Het crème van origamilelies
de geur van verse patat
glitter boven mijn ogen
het ritme van jouw hart

kreten van pasgeboren baby's
de vorm van een mooie dij
een mond vol witte tanden
de zon, de wind maken mij blij

de zilverhaartjes op je handen
een twinkeling in de ogen
de dag die deze avond omarmt
een nest met jongen uitgevlogen

de trance van feeëriek
en kleur van flinterdun
de lijn van ragfijn
is het geluk van Angélique



 

 


B u b b e l s



Ik heb je zo vaak liefgehad
af te lezen in onze ogen
dat zelfs wij er bang van werden
nooit hebben we iets kunnen beloven

wrong time,
wrong place
werden inderdaad
onze clichés

verschenen er bubbels in mijn mond
die uiteenspatten en onverstaanbaar
oplosten tussen hier en nooit
en in mijn dromen verlangde ik ooit


 

 


M e n s    (11-je)


Mens

leef je uit

in weinig tijd blijkt

morgen alweer

verledentijd

 

 

 


* * * *


De zomer raakt nat
in mijn hart drijft zout
en zie ik jouw ziel oplichten
verkleuren mijn lippen
door blauwe kou
monddood

 

 


V l o e d g o l f o a s e



De zon
krast strepen
laat rode sporen na
en brandt mijn ziel

Een stroming trekt
er schuimen vlokken
rond mijn mond
ik hap naar stilzwijgen
maar zout explodeert

een vloedgolfoase
in een brekend tij

Mijn ogen worden zeesterren
en armen gelijk aan vis

ik wist het wel
mijn onderwaterwereld
is zo gek nog niet

ik kus
mijn bodem

dicht

 

 


N e o n h a r t



Onder mijn heup
je hand met lichte
kriebelhaartjes
een zucht ontsnapt

gek van de geur
een regenboog
je ogen schitteren kleuren
of zijn het mijn herinneringen

ik rakel dingen op
en zucht vlinders

Mijn lichaam implodeert
en wil je dieper in mijn wezen
verzinken in elkaar
een kamer vol met rook

ik verleg grenzen
vingers weven
en geven licht
vanuit mijn neonhart

 

 


 

L e t t e r c h a o s


 

Rust het kwaad in mij
als ik opgewonden raak
van wit tussen je regels
en buiten zinnen
in jouw letterchaos?

Vertel me dan
met weinig woorden
welke kant
verstandiger is

of laat me eeuwig rusten
in een door mij verzonnen happy

end.

 


W o o r d e n g e n o t


Draai me niet om in woorden van bedrog
ik zie aan en trek mijn eigen conclusies
verlaat niet mijn post
omdat een bui onaangekondigd
de boel verziekt.

Verstrikt raak ik toch
meer nog in eigen woorden
dan in opmerkingen die later
nooit zijn gezegd.

Ik wist het wel
de leugen achterhaald
in zwijgend vertier
en woordengenot


 

 


W i e ,   w a t ,   w a a r ?


Wat zegt een woord
als het wordt geschreeuwd

wat brengt vertrouwen
als het wordt geschonden

waar blijft de zin
als de draad is verstrikt

wie zegt tegen wie
dat hij fout is geweest

 

waar blijft het licht
dat werd beloofd

waarin gaan we geloven
als harde hand wordt gehanteerd

hebben we nog niet genoeg
van oorlog en fouten geleerd?


 

 


M o n d v o l


 

Een stem maakt alles anders
brengt herinnering tot leven
of een nieuw verlangen

Het gesproken woord
blijft hangen, zegt
de waarheid een klank
zo aangenaam dat ze
blijft drijven in de onderbuik;

de kamer van seks
en ondeugden likt vurig
aan medeklinkers
die zinnen prikkelen
of verbuigt naar samenzijn.

 

 


P r i l


Het jonge gras en frisse ochtenddauw
doen mij denken aan je allereerste lach
weet je nog hoe onze blikken raakten
naar drang in elkaars nectar

Ik herinner nog die week
die langer duurde dan de eerste nacht
nieuwe knoppen aan de bloem
en ik geurde prille streken


 

 


V e t t e   s t r e e p


 

Een streep eronder
een vette punt
geen woorden vuil
liefde uitgedund

Geen ogenblikken
niet in de wacht
geen klein moment
geen laatste nacht

Het ga je goed
na je laatste spel
was alles ten einde
niet meer kommer en kwel

Als een kleine jongen
zeg je tegen me: 'blijf'
maar wat had je in gedachten
ben toch zeker geen blind wijf!

 

 


I n g e l i j s t


Ze is als zoete kauwgom
plakkerig tot in je hart
een stempel op niet alledaags
en o zo vindingrijk

bewaar de kostbare momenten
ingelijst als een nooit-vergeten-
vakantie-kiek

haar mond een sensuele dans
theatraal en veelbewogen
verhaalt de vertaling
in haar ogen

een beminnelijke feërieke lach
laat de dag kwispelen
en verlangen voortbestaan
 

 

 


A c t e   p r é s e n c e


 

Zoals je daar ligt
mooi gevormd
van houding
architectonisch uitgedacht

Mijn Mona Lisa
van de nieuwste eeuw
mijn Nachtwacht
in meervoud

Keer je ogen
laat mij je achterste zien
Je tong krult al rond
mijn zinnen

Elke nieuwe ochtend
vult zich met de leegte
van je bleke wangen

waar kraakhelder
ijskristallen breken
in één van je gespeelde acts

Je weet dat je me nekt
in je zoete weeïge lucht
en je schaduw speelt
met vlekken op mijn ziel


 

 


Z o m e r


 

Zon ontwaakt
zichtbaar naakt
aan strand en duinvallei

Gras dor en droog
verkleurt tot geel
een bui op het oog

het zal donderen
het zal waaien
gras weer groeien
hooi om te maaien

de wind zo zwoel
het is de zomerhitte
die ik brandend
op mijn huidje voel

 

 


Z i j d e   p o s e s   o p   e e n   h u i d   v a n   f l u w e e l


met rood gelakt cliché
en oceaan blauwe ogen
ligt de diepte van mijn ziel
op een huid van fluweel

met barokke heupen
beweeg ik met hem mee
caramelliseren woorden
in getransformeerde horizon

behagen vol zelfvertrouwen
in zijde poses omwikkeld
met een verkennende blik
ben ik vanaf prelude geprikkeld

 


 

 


R a f e l s
 

 

Wat er niet wordt gezegd
vertoont kreukels in de lakens
liefdesnest verzwijgt perikelen
en kust de onrust weg

als er niet wordt getoond
de ware toedracht van the moves
sijpelt vocht tussen de naden
en in de ogen speelt de blues

 


V l i n d e r s l a g

 

doorheen mijn vlinderslag
vuist een heel gevecht
vertelt mijn zin een verhaal
is het juist dat wat niet wordt gezegd

maar zei ik het al niet vaker
meer dan eens reik ik witregels aan
toch kijkt men vreemd op
van sommige zaken
al schreeuw ik mezelf
van de daken

er is geen weet van het bestaan



 


P r i k k e l f e m


In de plooien van jouw lichaam
verdeel ik mijn tijdrekken
liplees je graag tussen vingers
en laat me je verleiden
tot een monogasme

Sensueel in het licht van de dag
ik wil de zon zijn, je vleugje wind
jouw passiebloem bevrijden
ritmisch vleugelen in je rondingen
schurend tussen lakens

Schep mijn moment als korrel zand
een voortvluchtige prikkel
tussen mij, de dagdroom
en nectar in

 

 


d e    R o o s
 


de roos snijdt niet mijn hart
dat zijn de scherpe woorden
afleesbare ogen zoals gisteren
tongen in de aanval

torpedeer je echo in mijn
versleten ziel dan zijn het
onze vonken die nasmeulen
ronddolen in het harkloppen

misschien nog eens proeven
van mijn zinnenwijn
prikkeling ervaren
de ruzie weer vergeten zijn
 

 


S e c    n a a k t



zie je de gebroken lijnen
in elke plooi huist een schaduw
een gedachten aan bloed en geil

ritmiek lees je af in mijn ogen
een gadeslaan van zinnen
en meer van die zondigheid

zie je me vaker wenen of likken
het zout langs randen
een meer van verlangen

van hoogstandjes smeltkaas gegeten
virginaal, onverdund puur sec
gebarentaal aan bewegen

lees mijn lichaam in braille
perdu op zoek naar het juiste akkoord
ik heb veel noten op mijn zang


 

 


P u r p e r r o o d




in de purper van mijn liefde
meng jij alles toe

verzinsels nemen plaats
in pluchen plooien vingers

vlooien flamberen tot in de late nacht

mijn mond vertelt felrood
laat randen na van bruis en sekt

ik lach mijn borsten bloot

bergen van verlangen
verhuizen naar mijn onderbuik

in het azuur van mijn ogen
krijgt die van jou een staartje

peil jij diepte
en kreunt een echo na

 

 


O o g s t w i n n i n g



de mond die jouw hals nat maakt
zwijgt enkel niet in lichaamstaal
handen stoppen niet
zij verkennen jou optimaal

licht in je ogen verschijnt
als een sterrennacht die
in de gulzigheid verdwijnt

laat je inspireren in mijn
veren van liefde
doorkruis mijn passie
voetstaps zul je alles leren

ik pas mijn ritme aan
en borsten zullen deinen
overwinning houd ik niet tegen
mijn blik zal ik verfijnen

ogen gaan verdraaien
en ik wil alles oogsten
wat jij zou willen zaaien

 

 


V o g e l v l u c h t
 

 

Als ik dood ga mijn lief
laat je mij dan rusten
tussen goud en zilver
en het oker van herfstblad

schrijf je dan mijn lief
met eigen of geleende woorden
een regel met je natte vinger in de lucht,
waaraan mijn ziel zich haken kan

en jij kan voelen
dat ik jou oprecht
heb liefgehad

en mocht ik doodgaan mijn schat
ons liefdesnest vroegtijdig verlaat
jij herinneringen zult herbeleven
vergeet dan niet het is nooit te laat

om opnieuw te kunnen leven
rouw plaats maakt voor frisse lucht
ik daar ergens ook nog ben
tussen de wolken, in vrije vogelvlucht


 

 


D e c o r   v a n   j a r e n
 

 

je haren dragen het zilvergrijs
getint door mist met trots
jouw lichaam een decor van jaren
weerspiegeld in de ziel

je geeft bruikleen aan
de jas is aan vervanging toe
hier en daar verloor je een knoop
en scheurde er een naad
tot op het bot

je bent zo naakt in deze stilte
waar muren een laatste gebed zuchten
de lijnen van jouw mond
tellen de jaren van jouw glimlach
dag opa,
dag

 

 


W i n d b r e k e r
 

 

Ik sluit me achter traliehekken
vind me in mezelf verstopt
verkleind tot ware grootte
is het leven niet meer
dan tijdrekken

slaap ik elke nacht mijn laatste
en is de dag er één van zoveel
het scheelde weinig
maar het lijkt zich
niet te haasten

ik besta uit niet meer dan jij
maar het schijnt alsof ik niet leef
begraaf me onder tegenwerpingen
hoor er eigenlijk al niet meer bij

 

 


Y o d – h e - v a u - h e
                                    (Ik ben wie IK ben)


Lees lust in mijn ogen
laat liefde zich herinneren
leef mijn lijf in vervaging
mijn mond spreekt mist

vervorm woorden over macht
de nalatigheid van ons verhaal
laaf je aan een eeuwige lach
vertaal onsamenhangende gedachten

 


 


I n  d e   k i j k e r


Hoorde jij een stem breken
vertaling van verloren jaren
zag je een sluier in ogen
de nevel van herinneren
sprak jij uit naam van liefde
of verzon jij in gedachten
een caleidoscoop aan flarden
 

 

 


I n d r o g e n

Het zand brengt mij terug
op aarde waaronder jouw
woorden begraven liggen
de kiezels zijn nog altijd je
ogen die blikken werpen

op datgene wat mij raakt
reinigt water de kwijnende ziel
schreeuw ik bomen kaal
alsof ik herfst kan versnellen
en verwaai met nare tijd

 


H u n k e r l i j f



in oorverdovend zuchten
blinken parels nat
verstrengeling paring
van jou heb ik nooit
genoeg gehad

verrijk mijn ziel
verhoor een zonde
vertel mij allerliefste
wil jij net zo graag
als ik, een allerlaatste
nieuwe ronde?

herstart me dan
laat spinnen beginnen
ik wil je meermaals
doorleven, beleven
vooral intens en
diep beminnen

bekruip mij onderhuids
vertaal mij stijf
doe je plicht
met ogen dicht
proef buiten regels
dit hunkerlijf

 

 


Z o n ,   z e e,   s t r a n d   &   J i j



Het zand van jouw tranen
omhelsde mij met duizend armen
en de lucht schrijnde tevergeefs
tegen een zomerhitte aan

je woorden overspoelden een voor een
de vloedlijn
het ruime sop figureerde
een bastaardherinnering

al jouw zout explodeerde in mijn hart
het minimale aantal wolken
sprak in pantomime
gaf mij het inzicht

een goed gesprek
zonder je te hebben gezien

 




H o n d e r d z e s t i g - j e


op dromerige dagen
wens ik mij een vertekend beeld;
een karmozijn strand, mijn billen in puur goud
eens niet op dat desolate hofje, dat jij Eden durft te noemen

 

 


O n d e r   a n d e r e



Aan mijn handen kleeft bloed
want brak ik niet jouw toekomst
waarin wij weelde baadden
mijn lijf dat altijd openstond
lippen stijf klemde
omheen die eeuwige verdraagzaamheid

Of zijn het mijn woorden
die snijdend bladzijdes omslaan
een nieuw hoofdstuk beginnen
en ook zonder doel wel
aan hun einde komen
 

 


V e r t e k e n d   b e e l d
 



Ik teken jouw hoofd met krijt
in zwarte dikke strepen
geef jouw pijn weer
en tussen alle witte lijnen
vloeit jouw levens zeer

Eenmaal op papier zal ik je lijsten
ik laat je niet verkreuken
met mijn ogen zal ik je rijmen
vast in mijn hart
zal ik je met liefde lijmen

 


R a a d s e l   &    V e r l a n g e n



ademen wij door woorden
en regels raken zin en spel
glorieuze momenten van
raadsel en verlangen
je hebt geen lichaam
noch een geest
ik leef je luchtig
neem je vluchtig
alsof je er nooit
bent geweest


 


Z o u t



jij hebt je eigen zee en branding
waarin ik kan verdrinken

maar met jou in mijn hart
komt dat neer op zinken

ik zie jou als een grote rots
met houvast en kartelranden

voel een vlaag van trots
en ik weet dat ik me aan
jouw zout zou willen branden



 


G e b r o k e n   g l a s
 


Ik heb geen verwachting meer
jouw glazen zijn gebroken
mijn ogen gesloten
voor al wat mooi was
en niet te lijmen.

Er is geen toekomst
verleden niet haalbaar.

Ik had je dondersteen kunnen
zijn met omlijnde randen,
rode lipcontouren,
die het zwijgen
niet is verleerd.

 

 


T u i m e l e n
 


versier mij met fluisterwoorden
verlaten zinnen gespiegeld in regels van ondergang

ik val zo graag diep in jouw ziel
verdrinken door ontroering
in gesprek met jouw ogen
schuilen in je kraag van schuim

spinnen zonder besef van komende katers
onder invloed gelukkig zijn

 

 




D r o o m z o n e


Dronken van jouw woorden
beland ik in een zone vol dromen
voel jij het ook als mijn zinnen leven
herinneringen openbaren
die nog moeten komen

fantasie slaat op hol
en alleen ik kan er wat mee
oeverloos zal ik stranden
en tussen cryptogram
verdrinken in jouw zee

 



M e s j o k k e


ik wou dat ik jouw kusje was
dat je legde op mijn mond
dan wilde ik jouw vingers zijn
die zich klemden om mijn kont

ik wou dat ik jouw ogen had
zodat ik in mij zou verdrinken
je zou stapel mesjokke zijn
om niet in mij te willen zinken

ik zou zinnen voor ons vormen
vol van liefde en begeerte
houden ons niet aan normen
en vrijen als ongedierte


 

 


L i c h a a m s d e mo n e n



de nacht verkleurt licht je haar
herinner ik mij ons gebeuren
bespelen van wazige beelden
waar schaduwen figureren
als lichaamsdemonen

jouw stem zal meelevend klinken
ook wanneer ik je ademloos laat
mijn tong zal wringen in je ziel
met letters in zwarte inkt gedoopt
druipkaarst het van verlangen



 


O p o n t h ou d    ( Sonnet)



wil je heel graag laten weten
dat je belichaming reflecteert
in het blauw van mijn ogen
wat waarheid ook beweert

wij zullen ons laten kruisen
een pad voor enkel ons twee
hobbelig doch zonder grenzen
oponthoud, we doen het er mee

gemis zal onze winst betekenen
onder mom van glorieuze tijden
breken zonsondergangen aan

mijn glimlach zal je herinnering verblijden
zodat gemoedsrust zich kan verzekeren
dat ik elk moment weer voor je zal staan


 

 


d e   g u l l e   m i n n a a r



stappen lijken bevroren
herinneringen spiegelen
weerzien, dolend bovendien
buigzaam lijkt te breken
ondergesneeuwd gewicht
beticht ik mij de oorzaak
blaas in mijn handen
als om een ijskoud hart
dat in geweten snijdt
zomer in winter opwekt



 

 


M a s k e r h a r t


geef me een moment
maak me een herinnering
het hoeft niet cliché maar
rode harten mogen best

geef me de vervoering
van gerilde nekzoenen
verstrengelde vingers in
gearrangeerd maanlicht

mag ik dan zacht huilen
als gedachten vergaan
onder verduistering van
gesluierde maskerharten

zal ik mij herinneren onder
het hemelzwart in een
clichémoment, dat we
elkaar hebben liefgehad

 

 


 


V l e u g e l l a m


ik laat je vrij uit mijn verlangen
het huist niet welkom in jouw geest
vleugellam vlindert lang niet zo fijn
maar weet dat we weer ontmoeten
niet wáár of hóe maar we’ll meet again
in de hoop dat je dan beseft
wie ik in werkelijkheid ben

--
5 februari 2008

 

 


O d e k l o n j e


Sneeuwwit schetst verbazing
stappen die we achterlaten
een natuurlijke ronde en
de dooi is reeds ingezet

nacht zal net zo donker zijn
als gister eenzaamheid sprak
en over goede bedoelingen
zanikte een ruzie gevreesd

mocht winter achterhalen
waar de lente zich voor zet
dan flambeert ons verlangen
tussen haardvuur en ijspret

 

 


 

A c h t   w e k e n   (sonnet)
 
 
 
Waarheen ben jij gegaan
toen jij ons leven achterliet
waar zijn de resten van jouw bestaan
die verloren gingen na het afscheidslied.
 
Hoe kleurloos wit nuanceert dit seizoen
net als alle opvolgende jaren?
We glimlachen uit goed fatsoen
onze tranen zijn we aan het sparen.
 
Watervallen voor in de nacht
waar wij je stem nog eens willen horen
beelden verschijnen als nooit tevoren;
 
jij tastbaar bent en fluistert zacht
maar woorden gaan in dromen verloren
het portret bevriest als jij naar ons lacht.


 


Z we e p s l a g e n h e r i n n e r i ng e n   (sonnet)
 

 
woorden wilde ik wel geloven
maar nadeel sprak in strak regiem
handen wuifden een lege lucht
gericht op de werkelijkheid van zien
 
jouw ogen vergaapten de ganse nacht
en wind stormde jouw rake klappen
huilde regen tegen geblindeerde ramen
aan de binnenkant en niet te snappen
 
gehuld in porseleinen couture
brak ik meer dan onherstelbare breuken
volwassen en het nog moeten bezuren
 
herinneringen roteren in overuren
vol goede moed lijkt altijd te kreuken
speelt verdriet nog steeds ouverture

 

 


1 0 0 1   (sonnet)
 
 

Je dacht dat je gevonden had
een laken werd gespreid
plooien bleven achter
en jij, je was tot alles bereid
 
het lot vol van overgave
of juist dat stapje terug
de zucht naar groot verlangen
‘n geweten dat bleef plagen
 
je dacht aan toekomst bouwen
doch bleek niet op intuïtie
te kunnen vertrouwen
 
een groot gat werd geslagen
leeg berooid bleef je achter
met duizend en één vragen
 

 



 

 


S l e c h t e   d a g
 
 
 
Ik raapte een herinnering
manipuleerde gedachten
je haren kleurden lente
ogen bespeelden herfst
 
doch je naam vertegenwoordigt winter
en word je nooit meer wie je was
jouw geest bleef bij mij achter
je lichaam verstopt in een urn vol as


 

 


B e m a n t e l e n
 
 

Leegte heeft zich verhuld
tussen gedichtenkamers
vol haperende strofes
ik heb je lief,
maar dat wist je
al rijmt het niet



 


O n g e k u i s t e   w o o r d e n w a a r h e i d
 
 
ik voel me als de nacht zo donker
schaars gekleed blootgegeven
mijn hart zweet door bloedporiën
doorlopen mascara dat verlangen uit
 
met wankelbenen verlies ik grip
op uitgesproken woordenwaarheid
ongekuiste letterliefde, let niet op mij
of toch wel, en wens mij een beetje

--
8 januari 2008


 


R e k w i r e r en
 
 
ochtend neemt de dag
hapt mist en rijp voor ogen
wind breekt takken
bij bosjes voor mijn voeten
 
weet dat ik verlang
jij onbekende ontmoeting
ik tel dagen terug
bespeel een herinnering
 
waarin ochtenddauw tintelt
ik mijn adem zucht
over zwijgende lippen
mijn hand steek in je hart

 


 


O v e r d e n k i n g
 
 
er ligt een merel dood
al sinds de zomer
naakt en bloot
in het pad hier voor de deur
 
ik wilde het proces bekijken
van stof tot as
hij is wat dunner geworden
onder zijn vleugeljas
 
maar de oogkraaltjes zijn verdwenen
en ik voel me ineens zo luguber
ik had een grafje kunnen maken
met de schoenendoos van mijn puber

 


 


V r i e s d r o m e n
 
 
verschenen leegte wankelt spiegelbeelden
en ik kus mijn opgedroogde lippen nat
negeer de voelbare restantervaring
 
de afgemeten afgang, een
nederlaag zonder kleurrijke misslag
 
hoe kan ik het hoogtij verloren laten gaan
in de rimpeling van mijn eeuwige zachte huid
in opwindende nalatigheid, bevries ik mijn dromen
 


 


N a c h t w e n s
 
 
ik draai pirouettes lentelokken
op een bed van ijsbloemen
zing ik kerststerrenmelancholie
verlang het vuur in mijn haard
 
brand mij duizend explosies
zoals ik jou zoenend verklaar
een groot aanbidster te zijn
van eigen hersenkronkels
 
exposeer jij je lijf voor mij
een hart voor in mijn boezem
tuit jouw zachtzalige lippen
accentueer onze lichamen heilig

 

 

Top